sep 14

Pensioenpremie en compensatie: pensioenfondsen gaan meer samenwerken

Van de compensatie van de koopkracht, en pensioenfondsen in mei, verhoogde premies door de DNB en meer samenwerking tussen pensioenfondsen.

mijnpensioenoverzicht

Pensioenpremie en compensatie: pensioenfondsen gaan meer samenwerken

  • Mogelijke compensatie van koopkrachtverlies van ouderen
  • Pensioenfondsen beter in mei
  • Verhoogde pensioenpremies door DNB
  • Meer samenwerking van pensioenfondsen

Mogelijke compensatie van koopkrachtverlies van ouderen 

Volgend jaar krijgt de werkende Nederlander er 2,4 procent aan koopkracht bij, dit bleek eerder deze maand uit de nieuwste raming van het CPB (Centraal Planbureau). Gepensioneerden echter verliezen 1,1 procent en ook bij mensen met een uitkering wordt de koopkracht volgend jaar minder, om 0,3 procent. Mogelijk wordt dit dreigende koopkrachtverlies gecompenseerd.

Na de eerste begrotingsraad ter voorbereiding van de miljoenennota van het kabinet wil minister van Financiën Dijsselbloem niet kwijt of gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden gecompenseerd zullen worden, dit zal op Prinsjesdag bekend gemaakt worden.

Premier Mark Rutte zei vorige week al dat voor de reparatie van het koopkrachtverlies is, hoewel hij niet durfde te beloven. Minister Asscher van Sociale Zaken wilde hier ook niet veel over zeggen, maar zei wel dat een reparatie een “kwestie van gezond verstand” is.

Over de nieuwe begroting wordt door het kabinet de komende weken onderhandelt. Vergeleken met voorgaande jaren is er meer geld te besteden, de reden hiervan is de aantrekkende economie.

Pensioenfondsen beter in mei 

Onderzoeksbureau Aon Hewitt meldt maandag dat in mei de financiële positie van de Nederlandse pensioenfondsen verbeterd is, van de gestegen rentes op de financiële markten wordt door de fondsen geprofiteerd.

Gemiddeld met 3 procentpunt steeg de dekkingsgraad van de fondsen fors, van 104 procent op 107. Men kan aan de dekkingsgraad zien in hoeverre de fondsen aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

Naar de huidige situatie van de fondsen blijft toch de kans aanwezig dat volgend jaar veel pensioenen voor prijsstijgingscompensatie niet verhoogd kunnen worden.

Beleidsdekkingsgraad 

De beleidsdekkingsgraad is op de gemiddelde denkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden gebaseerd. Deze beleidsdekkingsgraad is vorige maand op 108 procent blijven steken. Dit is om de pensioenen met de prijzen en lonen mee te mogen laten stijgen 2 procentpunt te weinig, dit meestijgen wordt ook wel indexeren genoemd.

 

De pensioenverplichtingen van de fondsen zijn afgelopen maanden fors gestegen door de aanhoudend lage rente. De rente ging in mei echter juist een flink stuk omhoog, onder andere komt dit door de verbeterde economische vooruitzichten en de gestegen olieprijs.

Europese Centrale Bank

Volgens pensioendeskundige Frank Driessen van Aon Hewitt is de ontwikkeling van de rente van de komende maanden is voor de pensioenfondsen heel belangrijk. Hij wijst er ook op dat het opkoopprogramma van staatsobligaties van de ECB (Europese Centrale Bank) voorlopig een drukkend effect op de rentestand heeft.

Een mogelijk vertrek van Griekenland uit de eurozone, een Grexit, en ook de onrust daaromheen, kan ook tot het dalen van de rentes leiden, zo pensioendeskundige Frank Driessen.

Verhoogde pensioenpremies door DNB 

Doordat DNB (De Nederlandsche Bank) een deel van de rekenrente dinsdag aan heeft gepast, komen in Nederland de pensioenfondsen er financieel heel wat slechter voor te staan. De toezichthouder waarschuwde dat dit voor veel mensen tot het krijgen van een hogere pensioenpremie zou kunnen leiden. De reden voor deze ingreep van DNB is de lage rentestand in Europa. Het verschil tussen de rente die door pensioenfondsen werdt gebruikt en de ‘echte’ rente werdt te groot.

Op het besluit van DNB werd door de Pensioenfederatie “zwaar teleurgesteld” gereageerd. Volgens de brancheorganisatie zou het effekt van deze maatregel in het bijzonder bij fondsen met veel jonge deelnemers heel groot kunnen zijn. De vakbond FNV geeft aan dat dit voor de deelnemers financieel gevoelig zou kunnen worden en is hierover niet positief gestemd.

Door de nieuwe rekenmethode stijgt de kostendekkende pensioenpremie gemiddeld 4 tot 5 procent, aldus DNB. Hoe dit de feitelijke premie zal beinvloeden is afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden, dit zal later dit jaar pas blijken.

De bijstelling zal er naar verwachting niet toe leiden dat fondsen ineens aanvullende kortingen door moeten gaan voeren.

De rekenrente wordt door fondsen gebruikt voor het berekenen van de waarde van de toekomstige verplichtingen. De zogenaamde UFR (‘ultimate forward rate’) wordt door de verandering getroffen. Deze stond eerst op 4,2 procent vast, voortaan wordt ze echter op basis van de marktverwachtingen uit de afgelopen tien jaar berekend.

De dekkingsgraad 

Met ingang van woensdag zakt de UFR hierdoor, ze wordt 3,3 procent. Naar de schatting van DNB zal dit tot gevolg hebben dat de dekkingsgraad van de fondsen gemiddeld met ongeveer 3 procentpunt daalt. Als de rekenrente in de komende jaren nog verder daalt, is het mogelijk dat de dekkingsgraad verder terug loopt. Men kan aan de dekkingsgraad zien in hoeverre aan hun verplichtingen kan worden voldaan door de fondsen.

In opdracht van de staatssecretaris van Sociale Zaken deed de comissie UFR onderzoek, het advies van de UFR leidde tot de ingreep van DNB. De commissie maakte enige voorstellen voor het beter beschermen van de pensioenfondsen tegen schokken op de financiële markten.

De berekeningsmethode van de UFR zou eerst begin dit jaar al aan worden gepast, maar men besloot om op de vaststelling van de nieuwe Europese regelingen voor verzekeraars te wachten. Dan kon meteen worden onderzocht of het aanpassen van de rekenmethode nodig was, uiteindelijk bleek hiervoor geen reden te zijn.

Meer samenwerking van pensioenfondsen

Vanaf 1 januari is het voor pensioenfondsen makkelijker om samen te werken, hiervoor is een nieuw algemeen pensioenfonds in het leven geroepen. Fondsen kunnen hier hun eigen identiteit bewaren, maar kunnen ondertussen wel heel wat kosten besparen.

Vooral voor kleine pensioenfondsen is deze regeling aantrekkelijk en voor hun deelnemers is het ook gunstig, omdat er lagere kosten aan verbonden zijn.

Donderdag stemde de Tweede Kamer met een wetsvoorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma over het algemeen pensioenfonds in. Dit soort fonds is niet aan een bepaalde sector gebonden en mag meerdere pensioenregelingen uitvoeren.

Omdat pensioenfondsen steeds minder deelnemers hebben proberen er steeds meer zich bij een collectief aan te sluiten. Tussen 1992 en 2014 daalde het aantal fondsen fors, en wel van 1122 naar 361.

Klijnsma is verheugd met de steun uit de Tweede Kamer, want deze wet is belangrijk voor verzekeraars, pensioenfondsen en de mensen die daar hun pensioen hebben. Vanaf nu kunnen pensioenfondsen efficiënter en makkelijker samenwerken, dit scheelt in kosten, dat is weer voordelig voor gepensioneerden en deelnemers.

Voor de verplichte bedrijfstakpensioenfondsen is het nog niet mogelijk om zich tot een algemeen pensioenfonds om te vormen, Klijnsma laat onderzoeken hoe en of dit in de toekomst wel mogelijk kan zijn. Hierbij moet dit natuurlijk geen marktverstorende werking hebben, want dat zou niet in het voordeel van hun deelnemers zijn.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://mijnpensioenoverzicht.org/pensioenpremie-en-compensatie/

Geef een reactie

Your email address will not be published.